Pech door verkeerde bandenspanning in bergen
In bergachtige gebieden kan een verkeerde bandenspanning snel tot problemen leiden. De luchtdruk daalt naarmate je hoger komt, terwijl temperatuurverschillen tussen dal en top extra invloed hebben op de banden.
Drukveranderingen door hoogte en temperatuur
Op 2000 meter hoogte daalt de omgevingsdruk merkbaar. Banden die thuis op 2,3 bar staan, voelen daar anders aan. Kou in de ochtend maakt de druk lager, terwijl de zon later op de dag voor uitzetting zorgt. Bestuurders merken vaak pas laat dat het stuur zwaarder wordt of dat de auto minder stabiel ligt in bochten.
Praktische gevolgen onderweg
Te lage spanning verhoogt de rolweerstand en kan oververhitting veroorzaken, vooral bij langere afdalingen. Te hoge druk vermindert juist de grip op natte of besneeuwde wegen. In beide gevallen loop je risico op onregelmatige slijtage of, erger, een klapband. Wie in de Alpen rijdt, ziet soms dat de wegenwacht vaker wordt ingeschakeld voor bandenproblemen dan in Nederland.
Een bandenspanning controleren voor lange ritten voorkomt veel ellende. Doe dat bij voorkeur koud en herhaal de controle na een paar uur rijden in de bergen.
Wat als er toch pech ontstaat
Zelfs met goede voorbereiding kan het misgaan. In dat geval is het belangrijk om snel en veilig te handelen. Bekijk wat je direct doet bij een lekke band en bel indien nodig lokale hulp. In Oostenrijk bijvoorbeeld merken reizigers dat de wegenwacht ervaring heeft met winterse omstandigheden op grote hoogte.
Winterpech in Oostenrijk laat zien hoe snel een kleine afwijking in bandenspanning kan escaleren tot een langere stilstand.
Handige controlepunten
- Meet de druk altijd bij vergelijkbare temperaturen als tijdens het rijden.
- Pas de waarde aan volgens de fabrieksaanbeveling voor beladen auto’s.
- Controleer ook het reservewiel, dat vaak vergeten wordt.
- Let op scheuren of uitstulpingen na een stoeprand in het buitenland.
Een regelmatige check kost weinig tijd maar bespaart onderweg veel gedoe.